Met 3 uit 3 won ik de voorronde bij Haeghe Ooievaar in stuk voor stuk vechtschaakpartijen. Doordat de finale samen zou vallen met derde ronde van Best of the West dacht ik: ik ga die derde ronde niet laten schieten en liet regiofinale bij Haeghe Ooievaar op 22 november links liggen.
Donderdag 16 november – kort nadat ik voor het eerst sinds 7 jaar iets gehoord heb van mijn dochter – had ik een helderheid van geest die me deed realiseren: er is zondag 19 november een regiofinale op locatie van Katttenburger Open. Daar had ik wel zin in. Uberhaupt al daar spelen.
Er werd die regiofinale in vijf groepen gestreden: 4 vierkampgroepen en een zeskampgroep. Het werd een regiofinale met wederom drie vechtschaakpartijen. In de openingsronde mocht ik tegen een naamgenoot van Amsterdam West – geen familie – en kwam niet handig uit de opening. Het lukte me complicaties te creëren die hem zorgen baarde. Maar het lukte hem daar onderuit te spelen en de partij effectief naar zich toe te trekken.
In de tweede ronde had ik overwicht, maar toen een stuk eenmaal veroverd werd hadden we op een redelijk gevuld bord beiden nog iets meer dan 3 minuten op de klok. Dat is dan niet zomaar te winnen. Maar hij gaf op. Dan ga je niet zeggen: “doorspelen, meneer!”
In de derde ronde had ik wederom overwicht, maar lukte het me niet dit te verzilveren. Met het wegtikken van de seconden maak ik fouten en mag mijn tegenstander feliciteren. Uitgeschakeld voor de finale, maar was het toch al niet van plan.
Totdat ik drie dagen voor de finale een uitnodiging ontvang. Dan realiseer je je dat het een uniek evenement is. Het blijft een finale en die speel je niet iedere dag. Dus als je zo’n finale mag spelen…
De dag begint verwarrend: een sprinter die denkt dat ie een intercity is en stations voorbij rijdt. Dan is het niet gek dat er in de buurt van Gouda een wissel ook ontregelt raakt en denkt: “bekijk het maar” het leverde acht minuten vertraging op, maar ik bereik Utrecht. Vervolgens wordt De Bilt vlot bereikt om in een ongedwongen, gezellige entourage terecht te komen.
Ik kom in een groep terecht met opnieuw dezelfde naamgenoot als in de regiofinale. Weer in de openingsronde en met verwisseling van kleuren. Ik krijg met mijn zwarte formatie gevoelsmatig overwicht, maar het lukt hem om daar goed onderuit te spelen. We belanden in een pionneneindspel met ieder 6 pionnen. Het thema ‘behoud van de oppositie’ heb ik lang onder controle. Totdat er een refexzet is en ik de oppositie kwijt ben. Het wordt bekwaam uitgespeeld en ik verlies opnieuw.
In de tweede ronde speel ik weer met zwart en stel: “ik speel nu voor de tweede keer met zwart. Wanneer ik straks weer met zwart speel, is dat dan een hattrick, of werkt dat zo niet met schaken.” Waarop mijn tegenstander mij geruststelde: “met schaaktoernooien heb je nooit 3 keer achter elkaar zwart.” Met een gerust gevoel mijn partij in, waarbij er een thema op het bord komt die vergelijkbaar is met wat ik op donderdagavond in Voorschoten op het bord heb gekregen. De tegenstander reageert niet zo alert als afgelopen donderdag het geval was, waardoor uiteindelijk een toren en een stuk in de doos mogen.
In de derde ronde heb ik dan eindelijk wit en komt er een aangenomen damegambiet op het bord. Ik weet een pion te winnen. Mijn tegenstanders gooit er complicaties in, maar ik weet deze te neutraliseren en mijn c-pion geleidelijk richting de overkant te loodsen. Ik win een volle toren, waarna het nog enkele zetten duurt, voordat ik gefeliciteerd wordt.
Mijn tegenstander, naamgenoot uit de eerste ronde staat ondertussen al op 2½ punten. Met mijn twee punten bereik ik een tweede plaats. Waar ik best content mee ben. In enkele groepen volgt nog een barrage, waarna begonnen kan worden met de prijsuitreiking. Verrijkt met een tas met herinneringen aan het toernooi ga ik huiswaarts. Vanuit de trein kan ik zien dat ik op reis ben naar een gebied met ve

herinneringenset voor iedere deelnemer