Het eerste weekend van augustus staat alweer ruim drie decennia in het teken van de Kempische Wandeldagen, georganiseerd door de Ollandse Lange afstand Tippelaars. In de volksmond bekend onder de afkorting OLAT.
In de periode dat ik regelmatig bij mijn oma in Deurne logeerde en in de periode dat ik (met Priscilla en haar moeder) in Eindhoven woonde, heb ik enkele keren één van de drie dagen deelgenomen aan de 35 kilometer. Vaak genoeg om daarmee ook te weten dat het in zomerse omstandigheden een hele kluif is daar in het natuurgebied rond Geldrop.
Met het uitzicht op het einde van de 46e editie van het Open Nederlands Kampioenschap Schaken in Dieren kwam er ook ruimte om de tijd te nemen op het gebied van ‘wat te doen komend weekend’. In een periode dat je enkele facebook-connecties hun uitkijken naar de Kempenlandtocht ziet presenteren is een duidelijke hint voorhanden.
Zo ontstaat de woensdag vooraf het idee om de Kempische Wandeldagen in elk geval de zaterdag en de zondag te doen, om vervolgens te concluderen dat het wel waard is met de 40% NS-korting ook de vrijdag en daarmee de hele driedaagse te doen. Het zou een goede zet zijn, want ik zou met name de eerste en tweede dag volop oud-bekenden zien, spreken en er stukken mee op lopen. Door gestuntel van de NS in Den Haag op zondagochtend kwam dat de derde dag anders te liggen, want de zondag kon ik pas om elf uur starten. Waardoor je wel weer helemaal op kon gaan in genieten van de omgeving van het parcours.
De donderdag vooraf is het een kwestie van zorgen dat ik eten kan bereiden, waar ik de vrijdag en de zaterdag nog wat aan heb. Kleding qua wassen in orde maken en zorgen dat de publicatie van de slotronde van het Open NK dusdanig voorbereid is, dat die vlot geplaatst kan worden zodra de uitslagen bekend zijn en ze in Dieren ook het slotronde-verslag af hebben. Waarmee m’n 55e toernooi-rondenpublicatie van juli op de site van de Haagse Schaakbond voltooid wordt.
Dag 1 – Dag van Nuenen
Vrijdag staat om 4 uur de wekker om comfortabel de tijd te hebben brood klaar te maken en de trein van 5u58 vanaf Den Haag HS te pakken. Waarna zonder oponthoud om 7u40 de trein in Geldrop verlaten wordt. Het is ruim 1½ kilometer wandelen vanaf het station. Na aanmelden en gereedmaken voor vertrek werd er om kwart over acht aan de eerste dag begonnen.
Direkt na de start werd koers gezet richting Kleine Dommel om deze na passage te volgen tot aan het Eindhovense Kanaal. In een poging de voeten droog te houden werd er hier en daar een plassengebied voorzichtig gepasseerd. Aan de overzijde van het Eindhovense Kanaal eenzelfde scenario langs de Kleine Dommel, totdat er na ruim 2½ kilometer geen ontkomen meer aan was. Enkele meters soppen betekende wel dat de schoenen even goed doorspoeld werden en het voetenbad voelde aangenaam fris aan de voeten. Na de Collse Watermolen wordt de spoorlijn Venlo – Eindhoven bereikt om met uitzicht op Tongelre via een fiets- en voetgangersbrug de Eisenhouwerlaan te kruisen en de eerste wagenrust te bereiken. Waar de koffie zich prima deed smaken.
Hierna volgt een fraai stukje Eckart. Waar destijds met Jenny en met hardloopgroep van PSV-atletiek vele kilometers gemaakt zijn. In februari 1998 was het volgen van een paaltjesroute door dit bosgebied de eerste kennismaking met de mogelijkheden in de direkte woonomgeving.
Bij het verlaten van Eckart is er even uitzicht op de Karpendonkse Plassen, waarbij ik me afvroeg: ‘als je er dan toch in de buurt bent; kunnen ze de route er dan voor die 2 kilometer niet omheen leiden?’. Maar de deelnemers zouden voldoende aan hun trekken komen als het gaat om de kilometers gedurende alle dagen. Een eerste extra lusje is er door het Eckartdal over het terrein van een patientenvereniging. Daarna wordt de Sterrenlaan bereikt, waar een dame te fiets enthousiast wordt van al die blije wandelaars en mij om toelichting vraagt. Zelf werd ik blij van het weerzien van de weg naar Nederwetten en de weg naar het fietspad naar ’t Bokt, waar ik destijds de nodige kilometers getraind heb.
Via de Soeterbeekseweg wordt de Dommel overgestoken, waarna er koers gezet wordt richting Nuenen. Caférust Schafrath wordt echter niet eerder bereikt dan dat het natuurgebied van Nuenens Broek grondig bewandeld is. Na deze caférust volgt opnieuw een fraai stukje Nuenen; de geboorteplaats van Vincent van Gogh, dat in feite één groot park is.
Via het Nuenense Strandbad wordt een vogelreservaat aan de Gulberg bereikt, waar het parcours gedurende 1½ kilometer doorheen trekt. Daarna volgt nog een stuk Eindhovens Kanaal, voordat Sportcomplex De Kievit na ruim 27 kilometer bereikt wordt. Waar eerst nog een goed uurtje nakaarten in een hoekje van lange afstandwandelaars volgt voor de thuisreis aanvaard wordt.
Dag 2 – Dag van Heeze
De tweede dag kan ik met het vroegst mogelijke reisschema om 8u40′ op station Geldrop arriveren. Eén uurtje later dan op vrijdag. De reis verloopt volgens plan, waarna kort na negen uur aan de dag van Heeze begonnen kan worden. De openingskilometer is identiek aan die van de 1e dag, waarna koers gezet wordt richting het fabrieksterrein van DAF. Langs het terrein van Golfclub Riel en Gijzenrooi wordt het gebied van de Stratumse- en Leenderheide bereikt om op creatieve wijze Heeze te bereiken. Bij het benaderen van caférust VOF De Brug besloot ik daar toch even de tijd te nemen om extra bij te tanken. Zelf had ik vanaf de start drie liter water in mijn rugzak zitten, omdat tijdens de Dag van Nuenen de inhoud van de twee-liter-fles net aan was. Bovendien is het leuk om de sfeer van zo’n rust mee te krijgen en met enkele mede-wandelaars even van gedachten te wisselen.
Niet te vergelijken
Waarmee er toch maar weer een klus als een meerdaagse wandeltocht op kaliber ‘zwaar parcours’ voltooid is. Een tak van wandelen dat niet te vergelijken is met snelwandelen, waarbij het draait om gestroomlijnd wandelen op mooie, vlakke parcoursen. Doch daarin getraind zijn helpt absoluut op dit soort zwaardere (meerdaagse) tochten.
Met veel plezier gelezen en zo deze dagen opnieuw beleefd. Dank voor de tijd die je stak in dit verslag.
LikeGeliked door 1 persoon